Dodenherdenking 2026

In een indrukwekkende bijeenkomst op het Kiryat Onoplein in Drachten herdachten vele Smallingerlanders vanavond de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en oorlogen daarna. Leerlingen van scholen uit de gemeente legden kransen, waarna burgemeester Fred Veenstra de aanwezigen toesprak. Hij riep op om met elkaar te blijven werken aan vrede en vrijheid.

In zijn toespraak wees hij op het belang van verbinding. Hij riep op om op te staan tegen bewegingen en opvattingen die de vrede en vrijheid van mensen onder druk zetten en citeerde de dichter Remco Campert: 

Jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet 
en dan die vraag aan een ander stellen.

Maak vrijheid GROOT.

Lees in het onderstaande uitklapblok de volledige toespraak die onze burgemeester uitsprak tijdens de herdenking.

Toespraak burgemeester Fred Veenstra


Hé. 
We moeten praten. 
Je leest het, je voelt het. 
Je kan het niet meer negeren.

Vrijheid is voor niemand een gegeven. 
We herdenken het ieder jaar op 4 mei in stilte, 
en we vieren onze vrijheid op 5 mei met elkaar. 
Maar daar stopt het niet. 
We kunnen - of moeten zelfs - meer doen dan dat. 
Zeker nu. 
 
We moeten vrijheid de ruimte geven die het verdient. 
Niet in je eentje, maar samen. Het hele jaar door. 
Want iedere bijdrage helpt bij de vrijheid van iedereen. 
 
En dat klinkt allemaal vrij abstract en lastig,
Maar dat is het niet.
 
Want vrijheid 
maak je 
door te dansen op een Bevrijdingsfestival 
of aan tafel met een Vrijheidsmaaltijd.

Je maakt het
door een poster op je raam te plakken,
door er eindeloos over te praten,
of er twee minuten aan te denken.
 
Vrijheid, dat maak je 
met een vraag of een stilte,
met een pin op je borst of een hand op iemands schouder.
Hoe groot of klein ook, 
elke bijdrage is belangrijk voor onze vrijheid.
 
Maak het daarom. 
Begin vandaag. 
Hier. 
Nu.
 
Maak vrijheid groot,
zodat we het nooit meer kwijtraken.

 

U hoorde het campagneverhaal ‘Maak vrijheid GROOT’ van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Met dit verhaal wil het comité de actieve betrokkenheid bij 4 en 5 mei vergroten. Door ons niet alleen bewust te maken, maar ons allemaal, u, jij, mij, aan te sporen om ons zelf in te zetten voor onze vrijheid.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog deden heel veel mensen dat. Met gevaar voor eigen leven.

Op zondagavond 20 augustus 1944 werd mijn 23-jarige naamgenoot Freerk Veenstra bij zijn ouders in De Tike gearresteerd door de Duitse bezetter. Hij was daar toevallig voor een verjaardagsfeest; een poosje daarvoor was hij elders ondergedoken omdat hij op een lijst van gezochte personen in Fryslân stond. ​​​​Freerk werd meegenomen en naar Kamp Amersfoort gebracht. Drie weken later, op 8 september werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Neuengamme. Daar zat hij tot eind april 1945. Toen begonnen de Duitsers met de ontruiming van Neuengamme.
Omdat de Duitsers alle sporen van het kamp wilden uitwissen werden Freerk en de andere gevangenen overgebracht naar grote schepen in de Lübecker Bocht. Op 3 mei 1945 sloeg het noodlot toe. Geallieerde vliegtuigen bombardeerden de Cap Arcona, het schip waarop hij met andere gevangenen werd vervoerd. Men dacht dat er vluchtende Duitse soldaten aan boord waren. 

Met Freerk vonden meer dan 7.000 kampgevangenen de dood. Zij worden in het Duitse Neustadt nog ieder jaar op 3 mei herdacht.

Het is één van de vele verhalen die je kunt lezen op de Liberation Route Europe, de route waarvan we drie weken geleden het deel door Zuidoost Fryslân openden. Het is de route die de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog volgden tijdens de bevrijding van Europa. 

Vandaag herdenken we Freerk en al die honderdduizenden slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in ons land. Maar ook hen die om zijn gekomen bij missies naar oorlogsgebieden daarna. 

Vandaag staan we stil bij het verschrikkelijke leed dat de oorlog heeft aangericht. Onder Roma en Sinti, verzetsstrijders en de Joodse bevolking. Zoals Arno Baruch. Arno was slechts 11 jaar oud toen hij in 1939 uit Duitsland naar Nederland kwam, op de vlucht voor het nazibewind. Na een aantal korte verblijven op andere plekken kwam hij in september 1939 naar Drachten, waar hij  onderdak vond aan de Burgemeester Wuiteweg.

Arno werd liefdevol opgenomen in het gezin van Sander Israëls, gemeentesecretaris van Smallingerland. Hij voelde zich er thuis en het gezin beschouwde hem als zoon en broer. Maar Arno’s verblijf mocht slechts één jaar duren. In augustus 1940 moest hij naar het Joods Weeshuis in Utrecht. In februari 1942 werd hij naar Westerbork gebracht en twee jaar later gedeporteerd naar Theresienstadt. Niet veel later moest hij naar Auschwitz, waar hij waarschijnlijk al in mei 1944 is vermoord.

Voor Arno hebben we op 17 april een stroffelstien gelegd op de plek waar het huis van de familie Israëls heeft gestaan, aan de Burgemeester Wuiteweg 5. Arno heeft de oorlog niet overleefd, de familie Israëls werd wonderwel gespaard. Zij keerden na de oorlog terug naar hun huis. Vader Israëls bleef nog gemeentesecretaris hier in Smallingerland tot 1954.

Vorig jaar was het tachtig jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Er zijn nog maar weinig ooggetuigen. Nog even en we putten niet meer uit directe herinneringen en stemmen.  
Voor steeds meer mensen is die oorlog een oorlog uit de geschiedenisboeken, een oorlog die ver voor hun tijd plaats vond. Wij moeten het doen met schriftelijke getuigenissen, waarschuwingen en lessen.

Het is de laatste oorlog die we in Nederland hebben meegemaakt. Maar helaas niet de laatste oorlog waar we medelanders hebben verloren. Vele militairen hebben meegedaan aan missies naar recentere oorlogsgebieden, in het kader van vredesmissies van de Verenigde Naties. Oorlogen die ons land niet direct raakten, maar waar Nederland en Nederlandse militairen wel hun rol pakten in de strijd voor vrijheid. Zoals de geallieerden dat in de Tweede Wereldoorlog voor Nederland hebben gedaan.

Ook vandaag is het  onrustig in de wereld. Er zijn oorlogen in Oekraïne, Gaza, Libanon, Iran, Syrië, Sudan, Jemen, Somalië en Libië en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ze lijken ver weg, maar komen dichterbij dan ooit. Met een bedenkelijke of zelfs ronduit verwerpelijke rol voor grootmachten als de Verenigde Staten en Rusland.

Ik prijs me gelukkig dat ik nog geen oorlog van dichtbij heb hoeven meemaken. Dat ik me geen voorstelling kan maken van het leven in barre oorlogstijd. Ik heb veteranen horen vertellen over missies waar zij uitgezonden zijn geweest, twee weken geleden nog tijdens onze veteranendag. Zoals die veteraan die in 1962 in Nieuw Guinea is geweest en daar contacten had opgebouwd met de mensen daar. Totdat hij er weer weg moest. Elke dag denkt hij nog aan de Papoea’s die hij daar achter moest laten. 

Ik heb gezien en gehoord welke impact het op hen heeft gehad te moeten strijden op het oorlogstoneel. En hoe zij daarmee, soms tot op de dag van vandaag, worstelen. 

Niet alleen op het wereldtoneel, maar ook in ons land en in onze gemeente zien we dat er spanningen zijn. Het lijkt soms alsof we minder verdraagzaam zijn geworden naar elkaar toe. Alsof we niet meer in staat zijn om andermans mening of opvatting te respecteren en te accepteren. Of domweg geen rekening houden met de mensen om ons heen.

Standpunten verharden en intolerantie neemt toe, misschien ook wel door het extremistisch gedachtengoed dat we óók in de politiek terugzien. Hier in Smallingerland gelukkig niet, maar landelijk helaas wel. En dat zien we terug op straat.

Deze periode van het jaar, waarin we stilstaan bij oorlog en vrede, verbindt ons en die verbinding is belangrijk. Zeker in de wereld waar we in leven, waarin we elkaar soms wel eens kwijt dreigen te raken. Juist op die momenten moeten we elkaar weer opzoeken. Want we hebben elkaar nodig. Niet alleen vandaag, maar het hele jaar door. 

Vandaag zijn we stil voor al die medelanders die om zijn gekomen in de oorlog. We zijn stil voor hen die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. Laten we met elkaar zorgen dat die vrijheid ook de moeite waard is. Dat iedereen die vrijheid kan beleven. Want vrijheid is niet alleen leven in een land zonder oorlog. Vrijheid is ook leven in een land waarin iedereen zichzelf kan zijn. Met respect voor de ander.

‘Je kan het niet meer negeren’ las ik voor uit het verhaal van het Nationaal Comité. Misschien komt de situatie dat je je ergens tegen moet verzetten of tegen moet uitspreken eerder dan je verwacht. Bij de eerste situatie waarvan je gevoel zegt dat het niet deugt. Bij de eerste signalen van uitholling van onze democratische rechtsstaat. 

De dichter Remco Campert verwoordde het heel eenvoudig:
“Jezelf een vraag stellen 
daarmee begint verzet 
en dan die vraag aan een ander stellen.”
Ik hoop dat we dat zodra het nodig is dan ook allemaal doen, en vooral samen doen. Om de vrijheid te bewaren.

Morgen vieren wij die vrijheid. Laten we die vrijheid koesteren. Laten wij dankbaar zijn voor al die mensen die daarvoor hebben gevochten en daarbij hun leven hebben gegeven. Laten wij straks stil zijn, aan hen denken, en in die stilte inspiratie en kracht opdoen om daar waar wij wonen en daar waar wij kunnen, en moeten, te blijven werken aan vrijheid.

 

4 mei herdenking 2026 CSieta Stel Fotografie-1

4 mei herdenking 2026 CSieta Stel Fotografie-4
 

Foto's gemaakt door Sieta Stel Fotografie.