Oorlogsmonumenten

Sinds mei 2025 is het Kiryat Onoplein in Drachten de centrale herdenkingslocatie waar zeven oorlogsmonumenten zijn samengebracht.

  • Het algemeen oorlogsmonument voor een aantal door de oorlog omgekomen inwoners van Smallingerland. 
  • Het Joods monument ter herinnering aan alle uit Smallingerland weggevoerde en elders vermoorde Joden. 
  • Het zigeunermonument waarop de vermoorde Roma uit Drachten herdacht. 
  • Het NTM-monument voor de slachtoffers van de toenmalige Nederlandse Tramweg Maatschappij.

Deze vier monumenten stonden voorheen in het Van Haersmapark.

Ook zijn drie nieuwe monumenten toegevoegd:

  • Het monument ter blijvende herinnering aan Molukse KNIL militairen uit voormalig Nederlands-Indië.
  • Het monument voor alle veteranen, ongeacht oorlog, missie of uitzendingen.
  • Het monument met namen van Drachtster oorlogsslachtoffers, die niet op het algemene oorlogsmonument staan.
Het algemeen oorlogsmonument

Afbeelding 0. Algemeen oorlogsmonument
Afb. 0. Algemeen monument

Het algemeen oorlogsmonument, ontworpen door Ir. J.J.M. Vegter, is opgericht ter nagedachtenis aan achttien medeburgers uit Smallingerland, die tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen zijn omgekomen. Hun namen zijn:

Hendrik Eenkooren (Leeuwarden 27 februari 1918) overleed te Vlissingen als stoker aan boord van Hare Majesteit Bulgia. Het schip werd op 12 mei 1940 door Duitse vliegtuigen gebombardeerd. Hendrik Eenkooren werd begraven op het Erehof van de Noorderbegraafplaats te Vlissingen.

Afbeelding 1. Hendrik Eenkooren
Afb. 1. Hendrik Eenkooren

Reimer Feitsma (Ferwerd 4 juli 1920) sneuvelde als dienstplichtig soldaat te Rhenen op 13 mei 1940 en werd begraven op het Militaire Ereveld Grebbeberg.

Afbeelding 2. Reimer Feitsma
 Afb. 2. Reimer Feitsma

Petrus Antonius Bernardus Keverkamp (Leeuwarden 5 december 1908), bijgenaamd ‘Piet kapper’ verspreidde tijdens de bezetting het illegale blad Het Noorderlicht, in samenwerking met Frans Dalstra uit Surhuisterveen. In maart 1942 werd hij gedeporteerd naar concentratiekamp Buchenwald. Daarna verbleef hij achtereenvolgens in de kampen Natzweiler , Dachau en Mauthausen, waar hij op 5 februari 1945 overleed.

Afbeelding 3. Petrus Keverkamp
Afb. 3. Petrus Antonius Bernardus Keverkamp

Tjalling Wagenaar (Tolkamer 17 februari 1908) was gemeenteambtenaar en lid van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers. Ook was hij betrokken bij de uitgave van het illegale dagblad Vrij Nederland. In de nacht van 5 juli 1943 werd hij gevangen genomen ten gevolge van arrestaties in de groep van Vrij Nederland. Daarbij werden ook de door hem verzorgde onderduikers gearresteerd. Via Groningen werd Wagenaar op transport gezet naar het concentratiekamp Neuengamme. Hier overleed hij op 16 oktober 1944. In Drachten is een straat naar hem genoemd en In het gemeentehuis hangt zijn gedenkplaat.

Afbeelding 4. Tjalling Wagenaar
Afb. 4. Tjalling Wagenaar

Afbeelding 4.1. Tjalling Wagenaar
Afb. 4.1. Gedenkplaat Tjalling Wagenaar
Taeke Sije Halma (Drachten 6 juni 1911) was boekhouder en werd net als Tjalling Wagenaar in de nacht van 5 juli 1943 gearresteerd. Hij werd overgebracht naar het Scholtenhuis in Groningen. Slechts eenmaal mocht hij daar zijn hoogzwangere vrouw zien en spreken. De bevalling vond enkele dagen na de ontmoeting plaats. Moeder en kind stierven beiden. Het werd Halma niet toegestaan bij de begrafenis van zijn vrouw en kind aanwezig te zijn. De bezetter heeft hem op transport gezet naar Neuengamme, waar hij op 3 maart 1945 overleed.

Afbeelding 5. Teake Halma
Afb. 5. Taeke Halma

Het kantoor van de belastinginspectie in Drachten was tijdens de bezetting een haard van illegale activiteiten. Eén van de medewerkers had een relatie met een Gronings meisje dat de Sicherheitsdienst hiervan op de hoogte bracht. Op de morgen van 26 mei 1944 kwam het meisje vragen of haar vriend ook aanwezig was. Toen zijn collega’s dit bevestigden, kwamen SD-ers en Landwachters binnenstormden. De PTT-medewerker Erich werd ter plaatse doodgeschoten. Zes leden van de inspectie werden naar Duitsland gestuurd. Van hen kwamen Geert Jan Blauw, Johannes Martinus Boleij en Johannes Tichelaar niet uit het concentratiekamp terug. Hun namen zijn eveneens vermeld op een verzetsplaquette in het gemeentehuis van Smallingerland.

Geert Jan Blauw (Drachten 23 mei 1923), belastingambtenaar, stierf op 8 juni 1945 te Wörth an der Donau en werd begraven op het Nederlandse Ereveld te Frankfurt.

Afbeelding 6. Geert Jan Blauw
Afb. 6. Geert Jan Blauw     

Johannes Joseph Erich (Dokkum 10 september 1914), PTT medewerker, werkte in het verzet onder de schuilnaam ‘Schipper’. Hij werd begraven op het Ereveld Loenen.
 

Afbeelding 7. Johannes Joseph Erich
Afb. 7. Johannes Joseph Erich 

Johannes Martinus Boleij (Duisburg Dtsl. 15 januari 1914), belastingambtenaar, werd via kamp Amersfoort naar het concentratiekamp Buchenwald gedeporteerd, waar hij op 22 april 1945 overleed.

Afbeelding 8. Johannes Martinus Boleij
Afb. 8. Johannes Martinus Boleij

Johannes Bartholomeus Tichelaar (Leeuwarden 22 september 1915), belastingambtenaar, stierf op 24 april 1945 in Buchenwald.
 

Afbeelding 9. Johannes Bartholomeus Tichelaar
 Afb. 9. Johannes Bartholomeus Tichelaar

Dirk de Vries (Drachten 21 juni 1925) was arbeider en nachtstoker bij de Nederlandse Tramweg Maatschappij (NTM) met als standplaats Drachten. Hij werd tijdens de spoor- en tramstaking in 1944 door de bezetter gearresteerd. Op 19 november 1944 is hij tegelijk met twee verzetsmannen door de bezetter in Menaam gefusilleerd. Dit was een represaillemaatregel, omdat er bij Menaam op de rijksweg naar Harlingen kopspijkers waren gestrooid. Dirk de Vries werd begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats in Drachten.

Afbeelding 10. Dirk de Vries
Afb. 10. Dirk de Vries

Gerhardus Wagenaar (Drogeham 28 december 1907) was arbeider bij de Nederlandse Tramweg Maatschappij (NTM), met als standplaats Drachten. Tijdens de spoor- en tramstaking dook hij onder op de boerderij De Overwinning van Reinder de Vries op de Legauke, onder Opeinde. Op 21 november 1944 werd hij samen met de broers Jan en Marten de Vries tijdens een vuurgevecht met Duitse militairen doodgeschoten. Jan de Vries werd geboren op 17 november 1919 te Opeinde en Marten de Vries op 7 juli 1921 te Opeinde. Alle drie de slachtoffers werden begraven op de Algemene Begraafplaats in Opeinde.
 
Afbeelding 11. Gerhardus Wagenaar
Afb. 11. Gerhardus Wagenaar 

Afbeelding 12. Jan de Vries
Afb. 12. Jan de Vries

Afbeelding 13. Marten de Vries
Afb. 13. Marten de Vries

Pieter Blom (Moarrewrâld, Dantumadiel 30 september 1912) was nachtwaker in het gemeentehuis in Drachten en betrokken bij het plaatselijk verzet. Onder de schuilnaam ‘Sjors’ nam hij deel aan het verzet in Drenthe. Eind november 1944 ging hij met een helper en twee piloten vanuit Diever op weg naar het drenkelingenhuisje op de Engelsmanplaat, waar een Engelse boot de piloten zou oppikken. Dit mislukte en toen het voedsel opraakte zou Pieter Blom naar de vaste wal zijn vertrokken om hulp te halen. Op 26 november 1944 spoelde zijn stoffelijke overschot echter aan op het strand van Rottemeroog, waar hij werd begraven door de Duitse bezetting. Na de bevrijding werd zijn lichaam overgebracht naar Drachten en werd er geconstateerd dat hij een kogelgat in zijn hoofd had. Tot op de dag van vandaag is zijn dood een raadsel gebleven. Pieter Blom werd begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats in Drachten. 

Afbeelding 14. Pieter Blom
Afb. 14. Pieter Blom
Jan Visser (Leeuwarden 12 juni 1918) was tijdens de oorlog directeur van het bijkantoor van de Middenstandsbank in Drachten. Hij was lid van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) en had vanaf september 1944 leden van de knokploeg (KP) in huis. Op 14 april 1945 kwam Visser om het leven bij een vuurgevecht in Ureterp tussen de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) en zich voor de oprukkende Canadezen terugtrekkende Duitse troepen. Jan Visser werd begraven op het Erehof van de Noorderbegraafplaats in Leeuwarden.

Afbeelding 15. Jan Visser
Afb. 15. Jan Visser

Bauke Lijklema (Drachten 1 juni 1916) werkte bij de gemeentelijke reinigingsdienst. Als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) had hij zich opgegeven om mee te werken aan de zuivering van het nog bezette gedeelte van Friesland. Bij Steenendam, op de splitsing Aldtsjerk – Rinsumageest en Burdaard, kwam het op 15 april 1945 tot een vuurgevecht met de bezetter. Zwaar gewond werd Lijklema naar een Leeuwarder ziekenhuis gebracht, waar hij de volgende dag stierf. Hij werd begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats in Drachten. In het gemeentehuis hangt zijn gedenkplaat.

Afbeelding 16. Bauke Lijklema
Afb. 16. Bauke Lijklema

Afbeelding 16.1. Bauke Lijklema
Afb. 16.1. Gedenkplaat Bauke Lijklema
Jouke Louw Wiersma (Baard 8 november 1920) was ambtenaar van de brandstoffencommissie van de distributiedienst in Drachten. Als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) kwam hij op 17 april 1945 ten gevolge van een auto-ongeluk bij Eelde om het leven. Wiersma werd begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats te Drachten.

Afbeelding 17. Jouke Louw Wiersma
Afb. 17. Jouke Louw Wiersma
Ate Bruinsma (Augustinusga 8 augustus 1901) was werktuigbouwkundige en hielp Joden onderduiken, onder andere uit het kamp Westerbork. Hij werd echter verraden en is in Amsterdam opgepakt en via kamp Vught gedeporteerd naar het concentratiekamp Natzweiler in de Elzas en vervolgens naar het concentratiekamp Dachau waar hij op 22 maart 1945 overleed.
 

Het Nederlandse Tramweg Maatschappij-monument

18. Monument NTM

Afb. 18. Monument NTM

Het Nederlandse Tramweg Maatschappij-monument te Drachten (gemeente Smallingerland) is in 1947 opgericht ter nagedachtenis aan zeven personeelsleden die tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen zijn omgekomen.

Roelof Akkerman (Tjerkgaast 10 januari 1897) was conducteur. Op 4 februari 1943 werd de tram van Heerenveen naar Drachten, waarop hij dienst deed, bij De Knijpe door geallieerde vliegtuigen beschoten. Roelof Akkerman werd hierbij dodelijk getroffen, hij werd begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats in Drachten.

Herman van Kranen (Oosterbeek 8 mei 1895) was conducteur, met als standplaats Lemmer. Bij de beschieting van een goederentram kwam hij op 5 augustus 1944 bij Follega om het leven. Herman van Kranen werd begraven op de Algemene Begraafplaats in Lemmer.

19. Herman van Kranen
Afb. 19. Herman van Kranen

Hessel Nijholt (Sint-Nicolaasga 22 oktober 1886) was ploegbaas, met als standplaats Groningen. De als fel antinazi bekend staande Nijholt nam deel aan de spoorwegstaking en dook onder in de stad Groningen. Hij werd verraden en na zijn arrestatie op 26 oktober 1944 door een SD’er doodgeschoten. Hessel Nijholt werd begraven op de RK Begraafplaats in Groningen.
20. Hessel Nijholt
Afb. 20. Hessel Nijholt

Gerk van der Veer (Eestrum 20 oktober 1891) was werkzaam als ambachtsman, met als standplaats Drachten. Tijdens de spoor- en tramstaking kwam op 19 september 1944 een groep Landwachters de werkplaatsen van de NTM. binnen, om adressen te verzamelen van de ondergedoken machinisten. Van der Veer wilde zijn zieke vrouw inlichten over de gang van zaken. Hij stapte over het hekje dat zijn woning scheidde van het station en werd zonder enige waarschuwing doodgeschoten. Hij werd begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats in Drachten.

Dirk de Vries (Drachten 21 juni 1925) was nachtstoker, met als standplaats Drachten. Tijdens de spoor- en tramstaking viel hij in handen van de bezetter. Hij werd op 19 november 1944 met twee verzetslieden bij wijze van represaille bij Menaam gefusilleerd. Dirk de Vries werd begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats in Drachten. Zijn naam staat ook op het algemeen oorlogsmonument.

21. Dirk de Vries
Afb. 21. Dirk de Vries

Tjitze de Vries (Oosthem 24 september 1893) was machinist, met als standplaats Groningen. Op 16 september 1944 werd een goederentram bij Marum beschoten, waarbij hij ernstig gewond raakte. De volgende dag stierf hij aan zijn verwondingen. Dirk de Vries werd begraven op de NH Begraafplaats in Lekkum.
Gerhardus Wagenaar (Drogeham 28 december 1907) was arbeider bij de NTM, met als standplaats Drachten. Ten gevolge van de spoor- en tramstaking was hij ondergedoken op de boerderij van Reinder de Vries op Legauke, onder Opeinde. Op 21 november 1944 werd hij samen met de broers Jan en Marten de Vries tijdens een vuurgevecht met de bezetter doodgeschoten. Hij werd begraven op de Algemene Begraafplaats in Opeinde. Zijn naam staat ook op het algemeen oorlogsmonument.

22.  Gerhardus Wagenaar
Afb. 22. Gerhardus Wagenaar

Het Joods monument

23. Joods monument
Afb. 23. Het Joods monument

Het Joods monument, ontworpen door H. Rusticus, bestaat uit veertien zuilen. Het is opgericht ter nagedachtenis aan veertien joodse medeburgers uit Drachten, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de concentratiekampen Auschwitz en Sobibor om het leven zijn gekomen. De afgekapte zuilen geven aan dat de levens van de slachtoffers ruw zijn afgebroken. Bovendien zijn de zuilen tegen elkaar geplaatst om te symboliseren dat de Joden in de concentratiekampen steun bij elkaar zochten. In 2016 en 2017 zijn struikelstenen voor hen gelegd. 
Koopman Mozes Turksma (1885) woonde met zijn vrouw Betje Benninga (1885) en hun dochter Dora Jacoba (1921) op de Stationsweg. Na te zijn opgepakt werd Mozes op 31 augustus 1942 op transport gesteld naar Auschwitz, waar hij direct na aankomst op 3 september 1942 werd vermoord. Dora Jacoba werd op 12 november 1942 opgepakt en op 23 november 1942 in Auschwitz vermoord. Betje Benninga werd later opgepakt en op 14 mei 1943 in Sobibor vermoord.

24. Broers en compagnons Mozes en Jacob Turksma
Afb. 24. De broers en compagnons Mozes en Jacob Turksma

25. Doortje, dochter van Moos en Betsje Turksma.
Afb. 25. Dora Jacoba Turksma

De in Beter Wonen wonende zusjes Anna (1921) en Sara (1926) Zilverberg werden op 12 november 1942 opgepakt en beiden op 23 november 1942 in Auschwitz vermoord. Hun moeder Hinderika Zilverberg (1890) werd door verzetstrijdster Tiny Mulder ondergebracht in het ziekenhuis van Heerenveen om zo aan deportatie te ontkomen, maar zij werd later opgepakt en op 30 april 1943 in Sobibor vermoord.

Jacob Turksma (1888), handelaar in lompen en metalen in de Kerkstraat, zijn vrouw Rosette Benninga (1886) en hun zoon Simon (1927) werden op 11 maart 1943 naar Westerbork gedeporteerd en vervolgens op 14 mei 1943, direct na aankomst, in Sobibor vermoord. Hun zoon David Julius (1925) was al op 12 november 1942 opgepakt, hij overleed op 28 februari 1943 in Auschwitz. Hun dochter Betsie Mok-Turksma (1923) was getrouwd en woonde niet meer in Drachten. Zij werd op 9 juli 1943 in Sobibor vermoord. Haar naam staat niet op het monument.

26. gezin Jacob (Jappie) Turksma
Afb. 26. Jacob Turksma met zijn gezin

De weduwe Veronica Elsje Van Leer-Zwarts (1900) en haar kinderen Mozes (1927), Vrougje (1928) en Dina (1932) woonden op de Noordkade en werden op 12 november 1942 opgepakt. Moeder en beide dochters werden direct na aankomst op 23 november 1942 in Auschwitz vermoord. Haar zoon onderging hetzelfde lot op 28 februari 1943. 

Het monument voor Roma en Sinti

27. Roma Sint monument4-6-523x768-3840x9999
Afb. 27 Monument Roma en Sinti

Het monument is opgericht ter nagedachtenis aan alle Sinti en Roma die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter zijn gedeporteerd en omgebracht. Het is vervaardigd door beeldhouwster Roelie Woudwijk en symboliseert de breuk, die geslagen is in het leven van de Roma en Sinti. Het monument herinnert in het bijzonder aan de zeven omgekomen gezinsleden van de familie Mirosch. Hun woonwagen had een standplaats op een terrein aan de Passchier Bollemanweg in Drachten. Op die plek, nu de Rinze Wibbelinkstraat, zijn in 2025 struikelstenen gelegd.

Op 16 mei 1944 werden tijdens de landelijke ‘zigeunerrazzia’ de volgende leden van de familie Mirosch opgepakt:
Pierre Stangus (Hrodna, Wit Rusland, 1 maart 1891), Catharina Caja Mirosch (Altona, Dtsl., 5 maart 1902) en hun dochters, Sophie (Hamburg Dtsl. 2 april 1923), Margaretha Catharina (Nijehaske, 7 februari 1931), Maria (Drachten, 22 september 1935), Beatrix Emma Wijpkjen (Holwerd 5 februari 1938) en kleindochter Maria Catharina Caja (Drachten 3 juli 1943).
Via Westerbork werden zij op transport gesteld naar Auschwitz. Moeder Mirosch, haar vier dochters en haar kleindochter werden daar in de nacht van 2 op 3 augustus vergast. Pierre Stangus werd tewerkgesteld in verschillende kampen en overleed op 6 april 1945 in Mittelbau-Dora. De vier zoons wisten te ontkomen, doken onder en overleefden de oorlog.

28. Pierre Stangus en Catharina Caja Mirosch hun zonen Robert en Joseph (ca. 1927)
Afb. 28. Pierre Stangus en Catharina Caja Mirosch met hun zonen Robert en Joseph (ca.1927)

Het monument ‘De Meeldraad’

Dit monument, in de vorm van een aantal aan elkaar geregen tegels, is in 2025 geplaatst voor die oorlogsslachtoffers uit Drachten, waarvan de naam niet op een van de andere monumenten voorkwam.

29. meeldraad
Afb. 29. Monument ‘De meeldraad’

Harmen de Vegt (Drachten 10 januari 1924), boerenknecht, was in het kader van de arbeidsinzet in Duitsland tewerkgesteld. Bij een poging om naar Nederland te vluchten werd hij bij de grens door de Gestapo gearresteerd en overgebracht naar een arbeidstuchtkamp in Georgsmarienhütte bij Osnabrück. Als gevolg van zware mishandelingen is hij daar op 22 april 1945 overleden en begraven. Later is zijn lichaam overgebracht naar Drachten en begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats.
Sjoerd Bakker (Sumar 7 oktober 1924) was vanwege de arbeidsinzet ondergedoken in Grou, toen hij zwaar gewond raakte tijdens het demonteren van een door hem gevonden projectiel. Op 16 maart 1945 overleed hij aan zijn verwondingen. Sjoerd Bakker werd begraven op de Zuiderbegraafplaats in Drachten.


Afb. 30. Sjoerd Bakker

Ate Dirk Bergsma (Drachten 24 juni 1923), winkelbediende, werd in het weekend van 19 en 20 augustus 1944 tijdens een razzia in Drachten opgepakt. Via kamp Amersfoort werd hij op 4 september 1944 overgebracht naar het concentratiekamp Neuengamme, waar hij op 30 januari 1945 overleed.

31. Ate Dirk Bergsma
Afb. 31. Ate Dirk Bergsma
Jacob de Wacht (Recklinghausen, Dtsl. 5 juni 1909) was medewerker van het illegale blad Het Noorderlicht. Hij werd in 1942 in Leeuwarden opgepakt en kwam via kamp Amersfoort in het concentratiekamp Neuengamme terecht, waar hij op 22 december 1943 aan een maagkwaal is bezweken.

​​​​​​32. Jacob de Wacht
Afb. 32. Jacob de Wacht
Gosling de Vries (Drachten, 1 oktober 1920) was leerlooier. Op 3 september 1942 is hij in het kader van de arbeidsinzet naar Duitsland vertrokken. Op 15 april 1945 is hij ten gevolge van een longontsteking overleden in Aschersleben (Saksen-Anhalt), waar hij is begraven. Later is hij herbegraven op de Zuiderbegraafplaats in Drachten.
Harke Wiersma (Leeuwarden, 11 januari 1921) was houtbewerker. Tijdens de tewerkstelling in Duitsland is hij op 15 maart 1945 overleden in een ziekenhuis in Günzburg (Beieren), waar hij werd begraven. Later volgde zijn herbegrafenis op het Nederlandse Ereveld Waldfriedhof te Frankfurt Oberrad.
 

33. Harke Wiersma
Afb. 33. Harke Wiersma

Marcus Klaver (Drachten 29 februari 1912) stond, na een onderwijzersopleiding, enkele jaren voor de klas, maar stopte na enkele jaren met lesgeven. Onder dreiging van het stopzetten van zijn werkloosheidsuitkering, meldde hij zich in 1942 aan voor werk in Duitsland en werd tewerkgesteld in een fabriek van Braunkohle-Benzin in Maagdenburg-Rothensee. De fabriek werd in het voorjaar van 1945 vernietigd door geallieerde bombardementen. Marcus Klaver belandde, ziek of gewond, in het ziekenhuis in het nabijgelegen Haldensleben en overleed daar op 15 april 1945.

Gauke Taekele Wedman (Drachten 28 mei 1923), bediende bij de Coöperatie Excelsior Drachten, dook onder in Boornbergum om zich aan de arbeidsinzet te onttrekken. Tijdens een razzia op 16 december 1944 werd hij opgepakt. Via Leeuwarden en Groningen kwam hij terecht in het kamp Schwarzer Weg in Wilhelmshaven. Op 16 april 1945 kwam hij met een ziekentransport uit Wilhelmshaven aan in de haven van Delfzijl. Lijdend aan dysenterie was hij echter te ziek om verder te reizen, hij overleed op 17 april 1945 in een noodziekenhuis in Delfzijl.

Dirk Jensma (Baard 26 maart 1917) was meubelmaker en timmerman. Bij een razzia in Drachten, in het weekend van 19 en 20 augustus 1944, was hij een van de mensen die werden opgepakt. Via de gevangenis in Leeuwarden en kamp Amersfoort kwam Dirk Jensma in Neuengamme terecht. Hij stierf op 9 november aan körperschwäche in Hamburg in een buitenkamp van Neuengamme. Dirk Jensma ligt begraven op het Hauptfriedhof te Hamburg-Ohlsdorf (Dtsl).

34. Dirk Jensma
Afb. 34. Dirk Jensma met broertje en zussen 

Jantje Dijkstra (Drachten 18 maart 1916) was kraamverpleegster en woonde aan het Oosteinde (tegenwoordig Zuiderdwarsvaart). Tijdens de April-meistaking van 1943 werd door de Duitse bezetter hard ingegrepen en werden willekeurige slachtoffers gedood. Jantje Dijkstra was een van die slachtoffers. Op weg naar haar ouderlijk huis werd zij op 4 mei 1943 op de Noordkade neergeschoten door een Duitse militair. Zij bezweek op 12 mei 1943 aan haar verwondingen in een ziekenhuis in Heerenveen.

35. Jantje Dijkstra
Afb. 35. Jantje Dijkstra
Pieter Nicolai (Opeinde 13 september 1916) was, na terugkeer van verlof van tewerkstelling in Duitsland, ondergedoken toen hij in het weekend van 19 en 20 augustus 1944 tijdens een razzia in Drachten werd opgepakt. Via kamp Amersfoort werd hij op 8 september 1944 naar het concentratiekamp Neuengamme overgebracht. Na de ontruiming van dit kamp is hij op het schip Cap Arcona terechtgekomen. Dat schip werd op 3 mei 1945 in de Lübeckerbocht door geallieerde vliegtuigen tot zinken gebracht, waarbij Pieter Nicolai met duizenden andere gevangenen om het leven is gekomen.

36. Pieter Nicolai
Afb. 36. Pieter Nicolai

12. Bertus Modderman (Drachten, 15 november 1920) werd opgepakt door de Duitsers, die eigenlijk op zoek waren naar zijn broer, die in het verzet zat. Nadat hij op verschillende plaatsen in Duitsland tewerkgesteld was geweest, kwam hij terecht in Alfeld an der Leine bij Hannover, waar zijn gezondheid vanwege ondervoeding verslechterde. Toen dit kamp door de Amerikanen werd bevrijd, was hij ernstig ziek en is hij op 12 juni 1945 in een ziekenhuis in Harsum aan longtuberculose overleden. Bertus Modderman is begraven op het Nederlandse Ereveld te Hannover An der Seelhorst.

37. Bertus Modderman
Afb. 37. Bertus Modderman

Oebele Klazinga (Drachten 11 februari 1921) werkte voor de Kriegsmarine in Amsterdam, maar deserteerde en dook onder. Op weg naar zijn ouderlijk huis in Drachten, maakte hij op 22 oktober 1944 op de Lemmerboot kennis met een jongeman en twee meisjes, werkzaam bij Fokker, die in Friesland voedsel wilden halen. Zij wilden overnachten in Logement-Café De Koornbeurs in Heerenveen. Daar kregen zij ruzie met twee leden van de Sicherheitsdienst die de meisjes lastig vielen. Oebele Klazinga en de jongeman werden in de nacht van 22 op 23 oktober zwaar mishandeld en vervolgens doodgeschoten. Oebele Klazinga ligt begraven op het Nederlands Ereveld in Loenen.

38. Oebele Klazinga
Afb. 38. Oebele Klazinga

Meindert Postma (Drachten 21 oktober 1927) slaagde er in om in de herfst van 1944. samen met een buurjongen, de toenmalige frontlinie over te steken om zich in Noord-Brabant bij het Canadese leger aan te melden. Kort na de bevrijding kwam hij bij de Prinses Irenebrigade, waar hij de taak kreeg om landmijnen op te ruimen. Hierbij werd hij op 24 mei 1945 dodelijk getroffen door een exploderende mijn.

39. Meindert Postma
Afb. 39. Meindert Postma

Heerke Hendrik Kijlstra (Drachten 17 september 1926) was dienstplichtig soldaat tijdens de ‘politionele acties’ in voormalig Nederlands-Indië. Hij werd op 2 juni 1949 in Madioen (Oost-Java) als inzittende van een auto gedood door een zogenaamde trekbom. Heerke Hendrik Kijlstra ligt begraven op het Nederlands Ereveld Kembang Kuning in Surabaya (Indonesië).

40. Heerke Hendrik Kijlstra
Afb. 40. Heerke Hendrik Kijlstra